Het infuus
Een infuus wordt geplaatst, meestal in de elleboogplooi, de voorarm of de handrug. In uitzonderlijke gevallen kan een infuus in de hals worden geprikt.
Het plaatsen van een infuus is enerzijds nodig om vocht te geven en anderzijds kan de anesthesist langs deze weg op elk moment medicatie toedienen.
De monitor
In elke operatiezaal staat een beademingstoestel met monitor. Deze monitor stelt de anesthesist in staat continu de vitale parameters van de patiënt te volgen. Wanneer één van de parameters afwijkt, zal een alarm afgaan. Op die manier kan de anesthesist steeds tijdig ingrijpen.
Voor elke ingreep, of deze nu gebeurt onder plaatselijke of algemene verdoving, wordt u aan een monitor aangesloten. en worden de bloeddruk, de hartslag en de hoeveelheid zuurstof in het bloed bewaakt. Afhankelijk van de ingreep of uw gezondsheidstoestand kunnen nog andere parameters worden gevolgd.
Het volgen van het zuurstofgehalte gebeurt met een soort wasknijper waarin een rood lichtje aanwezig is. Deze sensor wordt op de duim of één van de vingers geplaatst. Nagellak verstoort de meting en moet dus voor de operatie verwijderd worden.
Om de hartslag te volgen, worden electrodes op de borstkas gekleefd. De electrische activiteit van het hart kan op die manier op een scherm worden gevolgd (het electrocardiogram).

Ook de bloeddruk wordt gevolgd. Dat gebeurt met een bloeddrukmanchet: een manchet die rond de bovenarm wordt aangebracht en die om de 3 à 5 minuten zal opblazen.
